4 De zorg voor de kinderen
4.1. De opvang van nieuwe leerlingen in de school
Na het inschrijvingsgesprek met de directie wordt het kind geplaatst in de peuterspeelzaal, een aanvangsgroep 1/2 of de groep waarin het eerder was geplaatst op een vorige school. Bij twijfel over plaatsing in een groep kan een kind eerst op verschillende onderdelen worden getoetst. Na kennismaking en overleg met de groepsleraar wordt afgesproken wanneer het kind kan starten in de nieuwe groep. In een periode van 6 weken voorafgaand aan de plaatsing worden enkele 'wen-momenten' afgesproken. Vanaf het vierde jaar mag de leerling elke dag de school bezoeken.
4.2. Het volgen van de ontwikkeling van de kinderen in de school
Het schriftelijke werk wordt dagelijks door de leraar zelf of samen met de leerlingen gecorrigeerd en (zo mogelijk) nabesproken met de leerlingen. Een deel van het schriftelijke werk wordt ook door de leerlingen zelf gecorrigeerd. Om op langere termijn een goed beeld te krijgen van individuele ontwikkelingen worden regelmatig toetsen afgenomen. Meestal zijn dit toetsen die in de methode staan en die worden afgenomen na afronding van een blok leerstof of na verloop van een vaststaande periode. De resultaten van de toetsen worden genoteerd in een groepsmap. Deze gegevens stellen de leraren in staat om vorderingen te volgen en cijfers voor het rapport te bepalen.
Naast de toetsen uit verschillende methoden nemen we ook in alle groepen Cito-toetsen af voor woordenschatontwikkeling, spelling, rekenen, begrijpend lezen en technisch lezen (groep 3 t/m 8 ) en een Tempotoets Rekenen ( toetst het automatiseren). Verder wordt n.a.v. de toetsuitslag een didactisch werkplan voor de groep gemaakt. Naar aanleiding daarvan worden er groeps- en/of individuele handelingsplannen opgesteld. Daarin staat wat de kinderen moeten oefenen. Een individueel handelingsplan wordt aan het rapport toegevoegd.
In groep 7 en 8 worden bovendien de entree- en de eindtoetsen van het Cito afgenomen in verband met de overgang naar het voortgezet onderwijs.
De verslaggeving van gegevens over leerlingen door de groepsleraar
De resultaten van toetsen worden vastgelegd en bewaard in het Leerlingvolgsysteem en de groepsmap. In het Leerlingvolgsysteem bevinden zich de personalia, bij bijzonderheden ook verslagen van huisbezoeken, eventuele onderzoeksgegevens en toetsresultaten van rekenen, lezen en taal. Tevens zijn de resultaten van de jaarlijkse screening van de sociaal-emotionele ontwikkeling hierin terug te vinden. Wanneer u dit dossier van uw kind graag wilt inzien, kunt u een afspraak maken met een van de intern begeleiders. Tegenwoordig zijn ook alle gegevens in de computer opgeslagen, natuurlijk met in achtneming van de privacyregels.
Teamleden die in de school de vorderingen van de leerlingen doorspreken
De leerkracht houdt de vorderingen van de leerlingen nauwkeurig bij. Wanneer een leerling extra hulp krijgt buiten de klas van een remedial teacher, hebben de remedial teacher en groepsleerkracht elke twee weken overleg over deze leerling. Daarbij is er elke tien weken een leerlingbespreking waarbij alle leerlingen individueel besproken worden. Hierbij is de intern begeleider, de groepsleerkracht en de remedial teacher van de groep aanwezig. Wanneer het nodig blijkt, worden er naar aanleiding van de leerlingbespreking individuele handelingsplannen gemaakt.
Drie maal per jaar vindt er een groepsbespreking plaats. Tij¬dens deze bijeenkomst tussen groepsleraar en intern begeleider worden de prestaties van de leerlingen op een aantal toetsen besproken. Naar aanleiding van deze re¬sultaten worden verdere plannen gemaakt voor extra onder¬steuning van de groep. Hiertoe worden didactische werkplannen en groepshandelingsplannen opgesteld. Voor kinderen die nog meer zorg nodig hebben is er het Multidisciplinair Overleg (MDO). Hieraan nemen deel; de intern begeleiders, de schoolverpleegkundige, de maatschappelijk werkster, de begeleider leerlingzorg (WSNS) en een van de twee directieleden. Zij overleggen samen welke begeleiding het kind nodig heeft.
De wijze waarop het welbevinden en de leervorderingen van de kinderen besproken wordt met ouders
Ouders worden drie maal per jaar in de gelegenheid gesteld om met de leraren te praten over de prestaties van de kinderen tijdens de rapportmiddag en -avond. Ook worden de ouders van elke groep een maal per jaar uit¬genodigd voor een kijkochtend. Bovendien leggen de leraren bij elke leerling in de groepen psz, 1,3, 5 en 7 een huisbezoek af. In principe geldt dit als een nadere kennismaking; wanneer er zorgen zijn over een kind worden deze niet tijdens een huisbezoek besproken, maar wordt u uitgenodigd op school bij de leerkracht en/of intern begeleider.
De schoolarts
Kinderen van 5 jaar kunnen worden opgeroepen voor een gezondheidsonderzoek bij de schoolarts. In het jaar dat het kind 9 wordt krijgt het een prik tegen bof, mazelen en rode hond (BMR) en een tegen difterie, tetanus en polio (DTP). Het werk van de schoolartsendienst is verder vooral gericht op het verminderen van bestaande of dreigende problemen.
4.3 De zorg voor kinderen met specifieke behoeften
Om de zorg voor kinderen met specifieke behoeften zo goed mogelijk te laten verlopen, hebben wij in een protocol “individuele extra hulp” zorgvuldig vastgelegd welke stappen wij nemen.
Wanneer extra hulp wordt gestopt vanwege onvoldoende resultaten, worden de ouders uitgenodigd voor een gesprek op school met de leerkracht en de i.b.’er, om te kijken wat de verdere mogelijkheden zijn.
Leerlingen waarvoor een s.o.- of s.b.o.- advies is afgegeven door het Zorgteam en door school, komen in principe niet in aanmerking voor r.t..
De voorzieningen
Er is formatieruimte beschikbaar voor remedial te¬achers, hoewel het accent van de extra zorg steeds meer binnen de groep komt te liggen. Binnen de groep is er voor kinderen die meer kunnen ook extra aandacht. Voor het buiten de groep extra ondersteunen van kinderen is een aantal ruimtes beschikbaar.
De school krijgt extra financiële middelen om benodigde mate¬rialen voor deze ondersteuning aan te schaffen.
Plaatsing en verwijzing van leerlingen met specifieke behoeften; plaatsingsbeleid van leerlingen met een LGF: “Het Rugzakje
Wet op de Expertise Centra
Per 1 augustus 2001 is de eerste fase van de Wet op de Expertise Centra (WEC) van kracht geworden. Deze wet is tot stand gekomen met als achterliggende doelstelling het bevorderen van emancipatie en integratie van kinderen en jongeren met een lichamelijke of verstandelijke beperking.
Van oudsher is het onderwijs aan kinderen met een lichamelijke of verstandelijke beperking georganiseerd in aparte speciale scholen. Steeds meer ouders wensen echter, dat hun kind zoveel mogelijk in hun eigen omgeving opgroeit en in het verlengde daarvan ook in de thuisomgeving naar een reguliere school voor basisonderwijs of voortgezet onderwijs kan gaan.
Omdat het reguliere basisonderwijs maar beperkte mogelijkheden heeft om deze kinderen en jongeren op te vangen, is in 1996 door staatssecretaris Netelenbos het beleidsplan “Rugzak, een beleidsplan voor het onderwijs aan kinderen met een lichamelijke of verstandelijke beperking” opgesteld.
Dit houdt in, indien is vastgesteld, dat de leerling met een lichamelijke of verstandelijke beperking behoort tot in hieronder omschreven clusters, dat de leerling extra middelen krijgt waarmee hij/zij in elke schoolsoort geplaatst kan worden. De ouders van de leerling verkrijgen hiermee keuzevrijheid tussen het reguliere en het speciale onderwijs.
De rugzak is synoniem geworden voor het bekostigingsvoorstel De leerlinggebonden finan¬ciering (LGF).
Regionale Expertise Centra
Bij de inwerkingtreding van de nieuwe wet op de expertisecentra zijn de scholen voor speciaal onderwijs ingedeeld in regionale expertise centra (REC’s).
Deze REC’s zijn verdeeld in 4 clusters:
Cluster 1:
Scholen voor leerlingen met een visuele beperking(slechtziende en blinde kinderen).
Cluster 2:
Scholen voor kinderen met een auditieve en/of communicatieve beperking (dove, slechthoren¬de en ernstig spraak/taalgestoorde kinderen)
Cluster 3:
Scholen voor kinderen met een geestelijke en/of lichamelijke beperking (mytyl, tyltyl, langdu¬rig zieke kinderen en zeer moeilijk lerende kinderen
Cluster 4:
Scholen voor kinderen met ernstige gedragsproblemen of met kinderpsychiatrische problemen (zeer moeilijk opvoedbare kinderen, langdurig zieke kinderen met een forse emotionele dan wel kinderpsychiatrische problematiek)
De REC’s moeten zorgdragen voor de volgende taken en functies:
- Verzorgen van onderwijs aan leerlingen wiens ouders kiezen voor een gespecialiseerde school.
- Verzorgen van ambulante begeleiding aan leerlingen en leerkrachten in het regulier basisonderwijs.
- Diagnostiek ter formulering van de hulpvraag en opstelling van een handelingsplan.
- Collegiale consultatie: advisering en ondersteuning in de regio.
- Expertiseontwikkeling: verzorgen van cursussen.
- Leerlingendepot: uitleen van specifieke materialen en leermiddelen.
Uitgangspunten, grenzen aan zorg en afspraken m.b.t plaatsing
Zoals uit het voorgaande blijkt, staan ook de basisscholen voor een uitdagende maar niet eenvoudige klus. Ouders met een kind met een verstandelijke of lichamelijke beperking kunnen er voor kiezen om hun kind aan te melden bij een reguliere basisschool. Die school zal dan moeten bekijken of zij hiervoor mogelijkheden ziet.
Uitgangspunten
- In principe zijn alle kinderen welkom, die behoren tot het normale voedingsgebied van onze school.
- Bij de aanmelding wordt bekeken of verwacht mag worden dat het team deze leerling kan begeleiden, zonder dat deze leerling en/of de andere leerlingen daardoor tekort komen.
- Plaatsing van kinderen met extra zorg en aandacht hangt af van de mogelijkheden die er op school zijn. Leerlingen met extra zorg en aandacht vallen onder speciale leerlingbegelei¬ding.
- De school accepteert dat leerlingen niet allemaal op dezelfde manier en in hetzelfde tempo leren. Bij het kiezen van leerinhouden en doelen gaan we uit van verschillen. Daarbij speelt ook het vermogen van de leerkrachten om met deze verschillen om te gaan een rol.
Grenzen aan zorg
- Steeds opnieuw zal bekeken worden of er voor deze leerling nog voldoende mogelijkheden op school zijn. Een verwijzing naar een school voor speciaal onderwijs is in de toekomst niet uitgesloten.
- De school, alsook de individuele leerkracht, heeft het recht om gemotiveerd aan te geven, dat de grenzen van de mogelijkheden van de zorg aan een specifiek kind zijn bereikt.
- Ook de ouders hebben het recht om vanuit hun gezichtspunt en belangen tot de conclu¬sie te komen, dat de grenzen aan de zorg voor hun kind op de school zijn bereikt.
- Dit element zal tijdens voortgangsbesprekingen met betrekking tot het kind steeds aan de orde komen. De frequentie daarvan is afhankelijk van de aard en de ernst van de beperking.
- Bij het zoeken naar andere mogelijkheden worden de ouders geholpen en begeleid door onderwijsconsulenten.
Afspraken m.b.t. de plaatsing
In het schoolplan is een procedureel stappenplan opgenomen dat gebruikt wordt om te beslissen of een leerling met een LGF-indicatie ( “Rugzakje”) geplaatst kan worden.
Daarbij zijn de volgende uitgangspunten van belang:
- Het aanmeldingsformulier is naar waarheid ingevuld.
- De ouders en de leerkracht(en) voorzien elkaar van eerlijke informatie.
- De leerkracht waarbij het kind wordt geplaatst, zal extra tijd moeten steken in zaken als bijscholing en contacten met ouders en andere instanties. Al deze punten betekenen een taakverzwaring voor de leerkracht.
- De leerkracht krijgt extra steun en begeleiding van mensen binnen de schoolorganisa¬tie. De intern begeleider draagt hiervoor de verantwoordelijkheid.
- De extra formatie en middelen ( “rugzak”) die door het rijk (CFI) aan de school ter beschikking worden gesteld, zullen zoveel mogelijk voor dit kind, de betreffende leerkracht en/of de interne begeleiding worden ingezet.
- De ouders verlenen hun volledige medewerking en springen thuis en/of op school bij in de begeleiding (uiteraard in overeenstemming met hun mogelijkheden).
- De intern begeleider is zo veel mogelijk betrokken bij de voortgangsbesprekingen en het overleg tussen de ouders en de school.
- Alle afspraken tussen ouders en de school met betrekking tot de begeleiding van het kind worden vastgelegd in een begeleidingscontract.
Procedure verwijzing Speciaal Basis Onderwijs of Speciaal Onderwijs
Via leerlingbespreking, MDO en aanmelding bij het Samenwerkingsverband Weer Samen Naar School kan een leerling uiteindelijk worden verwezen naar een school voor speciaal basisonderwijs. Daartoe is een zorgbesluit van het Zorgteam WSNS noodzakelijk. De ouders kunnen daarna verzoeken om een PCL-beschikking: met dit document kan een leerling worden toegelaten op de Speciale (Basis) School. De school kan zelf geen leerlingen aanmelden.
Voor een aanmelding bij een school voor Speciaal Onderwijs wordt een iets andere procedure gevolgd, die echter wel vergelijkbaar is met de verwijzing naar een s.b.o.-school.
Zittenblijven
In de basisschool blijven kinderen zo min mogelijk zitten. Toch kan het ook verstandig zijn om een kind wel een jaar te laten over doen. Bij twijfel over de mogelijkheid van een kind om naar de volgende groep te gaan, wordt een vast traject bewandeld, dat in het kort hierop neerkomt:
- Elk kind wordt op sociaal-emotioneel gebied getoetst.
- De leerling wordt op een leerlingbespreking besproken waarbij de prestaties en de sociaal-emotionele ontwikkeling in kaart is gebracht.
- Er is hulp geboden door de groepsleerkracht en/of de remedial teaching aan de hand van een handelingsplan.
- De ouders worden uiterlijk direct na de leerlingbespreking van februari/maart ingelicht over de zorg die bestaat over de ontwikkeling van het kind.
- Er wordt gezocht naar een oplossing waarin de ouders en de school zich kunnen vinden.
- De uiteindelijke beslissing ligt bij de directie van de school.
- Een kind kan gedurende de schoolperiode in principe maar 1x doubleren.
Met betrekking tot de overgang van groep 2 naar groep 3 gelden de volgende afspraken:
- Leerlingen die 6 jaar worden voor de maand januari van dat betreffende schooljaar, gaan naar groep 3, tenzij de leerling onder de bovengenoemde procedure valt.
- Leerlingen die geboren zijn in de maand januari of later, gaan in principe niet naar groep 3 in dat betreffende cursusjaar. In uitzonderingsgevallen kan er voor de betrokken groepsleerkracht aanleiding zijn voor een bespreking. Ook deze kinderen worden extra gevolgd door de groepsleerkracht en de intern begeleider. In uitzonderingsgevallen, d.w.z. bij zeer goede prestaties, werkhouding en voldoende ontwikkelde sociaal-emotionele vaardigheden, kan besloten worden tot overgang naar groep 3.
4.4 De begeleiding van de overgang van kinderen naar het voortgezet onderwijs
Voor de overgang van basisonderwijs naar voortgezet onderwijs heeft de school een verwijzingsprotocol opgesteld. In dit protocol staat beschreven hoe ouders en leerlingen begeleid worden bij de overgang van basisonderwijs naar voortgezet onderwijs.
Juli-september
Als er leerlingen zijn die in aanmerking komen voor LWOO (Leerwegondersteunend Onderwijs) of Praktijkonderwijs wordt aan de ouders gevraagd om mee te werken aan een intelligentieonderzoek van hun zoon/dochter later in het kalenderjaar. Zo wordt in een vroeg stadium duidelijk of een leerling in aanmerking komt voor LWOO of Praktijkonderwijs.
Oktober/november
De ouders van de kinderen van groep 8 worden uitgenodigd voor een voorlichtingsmiddag- of avond over de overstap naar het Voortgezet Onderwijs.
In deze maanden vinden de onderzoeken plaats van de kinderen die mogelijk in aanmerking komen voor Praktijk Onderwijs of LWOO.
December
In december vindt de scholenmarkt plaats in de Persoonshal. Op deze markt presenteren alle scholen voor Voortgezet Onderwijs in Rotterdam-Zuid zich. De leerlingen van groep 8 bezoeken met de leerkracht deze markt. Ook ouders kunnen deze markt bezoeken.
Januari
In deze maand worden er een aantal scholen voor Voortgezet Onderwijs bezocht.
Deze maand moeten de leerlingen die in aanmerking komen voor LWOO of Praktijkonderwijs, zijn ingeschreven op de school voor VO.
Februari
Begin van deze maand vindt de Cito- Eindtoets plaats. Leerlingen voor het Praktijkonderwijs, hoeven hieraan niet deel te nemen.
Wanneer de uitslag van de Eindtoets binnen is, worden alle recente toetsgegevens door de groepsleerkracht en de intern begeleider in het Onderwijskundig Rapport opgenomen.
Maart
In deze maand hebben de groepsleerkracht, de intern begeleider en de directie overleg over de leerlingen van groep 8. Samen komen zij tot een advies over naar welke vorm van Voortgezet Onderwijs een leerling kan gaan. Dit advies leggen zij vast in een zogenaamd verwijzingsdocument met daarop de naam van de leerling, score op de Cito- Eindtoets, het advies van de school, de naam en handtekening van de groepsleerkracht groep 8 en de directeur. Het samenstellen van het advies gebeurt aan de hand van Cito- toetsen van voorgaande jaren, schoolprestaties en de Cito- Eindtoets.
Aan de leerlingen wordt deze periode gevraagd aan welke vorm van Voortgezet Onderwijs ze denken en de score van de Cito- toets wordt met ze besproken.
In deze maand vinden de verwijzingsgesprekken met de ouders plaats. Het is de bedoeling dat ouders zo snel mogelijk hun kind inschrijven op een school voor Voortgezet Onderwijs.
April - juni
In deze maanden benaderen de scholen voor Voortgezet Onderwijs de school met het verzoek het onderwijskundig rapport op te sturen.
4.5. Brede Schoolactiviteiten voor kinderen
In het kader van leertijduitbreiding worden er Brede Schoolactiviteiten georganiseerd na schooltijd (zie ook “buitenschoolse activiteiten”). Deze activiteiten hebben een verplichtend karakter; door middel van de extra activiteiten wordt geprobeerd de prestaties van alle leerlingen te verbeteren. Zo is er op school een Leesclub waarvoor kinderen uitgenodigd worden en zijn er Huiswerkklassen. We proberen samen een zo groot en afwisselend mogelijk activiteitenaanbod te realiseren. Op school is daarvoor een brede school medewerker aangesteld, Sharon Duurham. We hopen dat u als ouders de kinderen zult motiveren om naar de activiteiten te gaan waar uw kind is ingedeeld. Voordat uw kind mee mag doen aan een activiteit buiten schooltijd krijgt u een brief waarop staat aangegeven waarvoor uw kind in aanmerking komt en wanneer dit plaats gaat vinden. Wanneer uw kind om een bepaalde reden niet kan meedoen aan een activiteit, vragen wij u dit aan de school door te geven. In principe gaan wij er echter van uit dat elk kind naar de extra activiteit komt, omdat dit ten goede komt van de ontwikkeling van uw kind. Als uw kind niet kan komen (bv door ziekte), altijd afmelden graag.
Huiswerkbegeleiding
Indien gewenst en soms in overleg met ouders, wordt in alle groepen al iets aan huiswerk meegegeven. Huiswerk is echter vanaf groep 5 standaard. In de groepen 5,6 en 7 krijgen kinderen 1 keer per week extra oefenstof. Dit mag thuis of in de klas tijdens het zelfstandig werken worden gemaakt. In groep 8 wordt vaak 2 of 3 keer per week huiswerk gegeven en wordt ook het gebruik van een agenda aangeleerd. Het huiswerk wordt on¬der schooltijd besproken.
Voor de groepen 6, 7 en 8 is er in principe eens per week na schooltijd de Huiswerkklas waarin leerlingen onder begeleiding van twee leerkrachten hun huiswerk leren leren op school. Tevens wordt er gewerkt aan vakken die extra aandacht behoeven.
De Vakantieschool
In februari 2005 is voor het eerst in Nederland op de Groen van Prinstererschool De Vakantieschool van start gegaan. In een aantal vakanties kunnen kinderen uit de groepen 3 t/m 8 op aangepaste tijden naar school komen. Het programma bestaat uit: lessen, een gezamenlijke lunch (verzorgd door ouders) en niet- lesgebonden activiteiten waaronder een uitstapje met evt. ouderbegeleiding. De Vakantieschool is ontstaan vanuit het idee om extra lestijd te creëren waarin leerkrachten bezig zijn met het bestrijden van achterstanden en het aanbieden van extra leerstof voor kinderen die dat aankunnen. Ook worden er sportieve, creatieve en muzikale activiteiten aangeboden. Dit schooljaar zullen er, bij voldoende aanmeldingen, weer drie Vakantiescholen georganiseerd worden (herfstvakantie, voorjaarsvakantie, meivakantie).
4.6 Buitenschoolse activiteiten voor kinderen
Jaarlijks wordt voor de groepen 5 t/m 8 ingeschreven voor een sporttoernooi. De leraren begeleiden hierbij per toerbeurt de teams van leerlingen.
Elk jaar maken de groepen ook diverse andere uitstapjes zo¬als het schoolreisje, een bezoek aan de kinderboerderij of dierentuin. De groepen 7 en 8 gaan eens per twee jaar op werkweek. Dit schooljaar is er geen werkweek; de groepen 7 en 8 zijn vorig jaar op werkweek geweest.
4.7 Peuterspeelzaal ’De Groene Prins’
De Groen van Prinstererschool beschikt over een eigen peu¬terspeelzaal voor kinderen van 2 tot 4 jaar. Deze kinderen kunnen tegen een geringe vergoeding vier dagdelen per week de peuterspeelzaal bezoeken. Informatie over ‘De Groene Prins’ krijgt u bij de school of bij peuterspeelzaal ‘De Groene Prins’. In het kader van de Voorschool is de samenwerking met De Groene Prins verder geïntensiveerd en is de peuterspeelzaal een onderdeel van de school geworden.
4.8 Buitenschoolse Opvang
De Groen van Prinsterer heeft een samenwerkingsovereenkomst afgesloten met Stip - KindeRdam. Zij verzorgen voor de kinderen de voor-, tussen- en naschoolse opvang. De afdeling ‘Sjakie’ (KindeRdam) voor buitenschoolse opvang van kinderen van 4-6 jaar is in ons schoolgebouw gevestigd.
Ook de Stichting Welzijn Feijenoord(SWF) is een partner van onze school.
Kinderopvang Kop van Zuid verzorgt voor onze school eveneens naschoolse opvang. Informatie over de buiten¬schoolse opvang is verkrijgbaar bij juf Mirjam.
terug naar schoolgids